top of page
Zoeken

Een dier waarvan je houdt.

  • Foto van schrijver: Redactie 60 plus
    Redactie 60 plus
  • 1 dag geleden
  • 2 minuten om te lezen

Denk even terug aan je eerste konijn, hond of witte muis die je als kind had. Voor zover je een dier kunt ‘hebben’. Hebben klinkt als bezitten. Bezitterig. Exclusief je eigendom. Een zekerheid: de mens is uiteindelijk ook maar een dier. Soms een ziekelijk dier. Een beest de naam dier niet waardig, laat staan de naam of de benaming mens. Je eerste dier blijft je bij. Geen verplichting maar een spontaniteit. De naam van je eerste lief gaat al eens verloren tussen wal en schip. Een zoektocht zonder die eerste schat nog te vinden. Verdronken net naast de kade in het koude Scheldewater met amper vis. Recht de dieperik in zonder genade en zonder vrees.


De eerste hond was een fox. Wit met plekken of vlekken, of is dat hetzelfde. Een bijter. Den Tarzan. Ooit moest ik op de Singer naaimachine van mijn grootmoeder me ervoor in veiligheid brengen. Een sprong naar boven. Mijn moeder is me komen bevrijden. Denk dat ik witte bottinekes droeg met nadien een tandafdruk als blijvende souvenir. Op een dag was hij er niet meer en vraag me niet om de details want ik blijf het antwoord enorm schuldig. In m’n onschuld. Nadien kwam er een kleine scheper in zijn plaats. Een vervanger. Een remplaçant. Gekocht samen met mijn vader en bomma op de vogeltjesmarkt. De openbare beestenboel. Toen nog wel. Tarzan nummer twee. Zonder brede borstkas en zonder Jane. Geen slingerende apen.


Onze eerste kat was er ook, een Siamees. Kon wenen als een kind. Een imitatie kampioene van babygeluiden. Sterker nog dan mijn toneel kwaliteiten. Dit als referentie. 


Maar bijna vergeten, maar toch nog in mijn gedachten en dus niet helemaal verdwenen in het niets, mijn witte muizen. Een kot in de overdekte koer als hun woning. Vlak over de wasmachine. Met een ronddraaiend ding als speelgoed erin. Voortplanting als hobby. Van twee exemplaren kwam er al snel een hele kolonie. Onnavolgbaar. Overbevolking. De witte bewegende kudde in witte watten. Levend met z’n allen in een bodem vol witte watten. Witte, tamme muizen in witte wilde watten. Hun nakomelingen Roos en Kaal. Naakt geboren. Geworpen. Nog niet bestand tegen het leven zonder moederdier. Nauwelijks beseffend dat hun begin ook bijna hun einde zou kunnen betekenen.


`Op een dag was hun aardse toneelstuk ten einde, het doek gevallen. Geen muizen meer. Of de kooi alleen leeg was of volledig verdwenen … ik weet het niet meer. Traantjes, boosheid, mijn dieren. Mijn. Ja mijn. Van niemand anders. Een naam heb ik ze allicht nooit gegeven. Afscheid van een muizenbende. Een knagend gezelschap, een piepend ensemble zonder orkestleider. Maagdelijk wit maar kwekend als bezetenen. Als gekken. De paardrift in een niet te stoppen ritme van de dag en ook de nacht, gevangen in een kooi. 


Bomma, wat je ook gedaan hebt met mijn dieren, ik probeer het te begrijpen, maar niet vergeven. Ze waren van mij. Ze behoorden bij mij en bij mijn jonge leven. Ze leefden in gemeenschap van goederen vrolijk bewegend tot je er een einde aan maakte. Dat recht had je niet. Nee bomma dit was niet ok.

 
 
 

Opmerkingen


60 Plus logo

© 60plus vzw

BE 0443.534.082

bottom of page