Een oude vriend.
- Redactie 60 plus

- 1 dag geleden
- 3 minuten om te lezen
Soms laat je een oude vriendschap verstoffen. Een laag erop waar de vriendelijke dame aan wie je de elektronische dienstencheques geeft voor haar prestaties geen oplossing voor heeft. Een laag die blijft liggen zelfs als je tweedehands ventilator op maximum staat te bewegen, een op hol geslagen molenwiekend lawaaierig onding. In de kringwinkel zou je zelfs op weigering lopen bij het willen afgeven ervan. Grenzen.
Oude vrienden, vriendschappen, net iets meer dan kennissen. Soms een schoolgenoot, iemand waarmee je in het leger de kamer en mannelijke euforie mee deelde, een collega van een ter ziele gegane uitgeverij. Baas of ondergeschikte, je buurman waarvan je de status een upgrade aan toebedeelde en als tijdelijke vriend benoemde. Soms is het moment gekomen om een vriendschap te herstellen. Vandaag bijvoorbeeld. Waarom niet. Uitstelziekte kan altijd fataal zijn. Soms is het alleen nog in gedachten mogelijk en niet meer in real life. Te veel tijd laten overgaan, andere zogenaamde prioriteiten. Een leven met vriendschappen is als bloemen die zorg nodig hebben anders sterft de warmte van de connectie. Ook een cactus kan lang zonder vocht maar niet eeuwig. Er is een einddatum, een vervaldatum. Maar niet duidelijk genoteerd. Een eindpunt, een point of no return. Doodlopend straatje.
De PAUL. Samen in de lagere school, onze moeders die zo elkaar leren kennen. En het klikt. Beiden oorspronkelijk afkomstig uit dezelfde gemeente Kontich. Volgens mijn herinnering dan toch, maar wat doet het er nu nog toe. Heeft het belang. Slechts een kilometertje van elkaar verwijderd, uit elkaar wonend, als het al zoveel was. Middelbaar verschillende richtingen. En dan ga je samen naar het Klein Kasteeltje, als ultieme voorbereiding op je toen nog verplichte legerdienst. Yes, uniform. Niet uniformeel. Ekeren de kazerne, opleiding, de choco collega, de dril, de ervaring. Zijn vader had een auto dus spreken we bij hem thuis af om naar de kazerne te rijden. Maar liefst iets vroeger. Kunnen we nog iets drinken in ‘Den Bonanza’ op de hoek.
Van hem kocht ik ook mijn eerste platendraaier. Kopen, ja niks was gratis bij m’n vriend. Voor m’n legerdienst speelde hij een keertje als DJ in de billiard palace op het Astridplein in de grote stad. Superavond met alleen muziek van Saturday Night Fever. Het gevoel is nooit verdwenen, de danspasjes gelukkig wel. De tonen ervan een blijvende herinnering. Daar leerde ik een meisje kennen van mijn leeftijd. Ze nam me mee naar enkele dancings in de buurt. Lesbisch als ze was. De Valentino en de Marcus Antonius met bogen als in een Griekse tempel. Nadien haar nooit meer gezien, haar naam lang onthouden maar nu dan toch verdwenen om niet meer terug te keren. Hoe ze eruit zag, geen idee. Maar heeft dat enig belang. Weg is weg. Plaats voor nieuwe gegevens te stockeren in m’n hoofd dat overvol zit.
Ik herinner me een avondje uit met Paul in het Raadshuis, de overkant van het gemeentehuis in Borgerhout. Je hoorde ons ’s nachts ‘what kind of dance is this’ zingen. Geluiden uit twee dronken keelgaten. Nachtlawaai in een landschap dat er toen nog minder gekleurd uitzag. Zonder oordeel. Zonder vooroordeel. Zelfs zonder veroordeling. Ook niet voor het verschrikkelijke oergeluid uit onze doorweekte stembanden.
In het leven daarna zagen we elkaar sporadisch. Hij opende een café dat bij gebrek aan klanten dan maar in brand werd gestoken. De kroeg waar je bes zelf je drank meenam want brouwer nummer tien gaf ook geen krediet meer. Hij werkte voordien bij Radio Star, de enige echte kortstondige job in z’n leven. Ik zette mijn telefoon voor hem ’s nachts op stil omdat hij mij met zijn zatte kop niet wakker zou bellen. Nietszeggende dronkemanspraatjes.
Na enkele jaren van geen tot amper contact ging ik nadat een kaartje in zijn richting retour was gekomen langs in huisnummertje 46. Toe, dicht, gesloten, geen geluid. Buurvrouw vertelde dat hij was overleden en ter plaatse was gevonden nadat zijn honden een heus concert hadden gegeven. Allicht ook op de tonen van de Bee Gees op Saturdag Night Fever. Kan niet anders. Een afscheid waardig.
Tot ooit Paul TV. Je bakte niet veel in je leven. Maar deed ik het dan zoveel beter. Langer leven ja dat wel. Toch was je mijn makker. En dat blijf je ook.




Opmerkingen